NL — LARRY ROMANOFF — China begrijpen — July 15, 2021

China begrijpen

Door: Larry Romanoff, 20 November 2019

Vertaling: Martien

CHINESE  ENGLISH   NEDERLANDS  PORTUGUESE  SPANISH

 

 

Wij hebben een gezegde dat luidt: na een maand in China zou je een boek kunnen schrijven; na een jaar in China zou je een hoofdstuk kunnen schrijven; over vijf jaar zou je een alinea kunnen schrijven en na vijf jaar zou je een briefje op een ansichtkaart kunnen schrijven.

 

Dat gezegde is bijna een stadslegende geworden, maar het is in wezen waar. Ik kan mij nog de dag herinneren dat ik, wandelend door een straat in het centrum van Shanghai na ongeveer een maand op het platteland te zijn geweest, een illusie beleefde van zo’n extreme helderheid dat ik tegen mijzelf zei: “Ik zou een boek kunnen schrijven over deze plaats”. Ik kan niet uitleggen welke mentale of sociologische processen samen die aanvankelijke illusie van begrip en duidelijkheid veroorzaken, noch welke krachten die illusie zo effectief en geleidelijk ontmantelen tot een toestand waarin we China steeds minder begrijpen naarmate we er meer tijd doorbrengen.

Mijn Chinese vrienden zeggen me dat ik China, zijn volk en cultuur goed begrijp, en hoewel die lof vleiend is, is hij ook grotendeels onverdiend. Na vijftien jaar in het land zijn er inderdaad dagen dat ik overrompeld word door iets dat zo fundamenteel is dat ik ervan overtuigd ben dat ik er niets van begrijp, en ik moet zeggen dat als China niet begrepen kan worden door westerlingen van binnenuit, het zeker niet begrepen kan worden door westerlingen van buitenaf die geen bruikbaar contact hebben met iets Chinees.

Westerlingen leven in een illusionaire zwart-wit wereld die voor hen is ingekaderd door de programmering van hun zionistische media en zijn meestal niet in staat te ontsnappen aan hun ideologische indoctrinatie. Er is een gezegde dat je een schilderij niet kunt begrijpen als je erin zit, dat je uit dat schilderij moet stappen en erop terugkijken, om het te zien zoals het werkelijk is. Weinig westerlingen zijn hiertoe in staat vanwege de gepropagandeerde indoctrinatie die vanaf de geboorte plaatsvindt. Deze sociale indoctrinatie geldt natuurlijk voor alle samenlevingen, maar het zionistische Westen bekijkt, in tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de wereldbevolking, vrijwel alles over andere naties en volkeren door een reeks politiek-religieuze ideologische lenzen die een nogal ernstige chromatische aberratie werpen op alles wat door die lenzen wordt gezien.

Deze ideologieën zijn die van het kapitalisme, de democratie, het kolonialisme, het militarisme, de blanke suprematie, het darwinisme, het christendom en het zionisme, krachten die samenzweren om de waarheden van China zo te verdraaien dat bijna elke mogelijkheid van werkelijk begrip verdwijnt, terwijl zij tegelijkertijd elke werkelijke noodzaak om dat te doen minachten. De blanke man, het zionistische Westen, hier met inbegrip van Japan, ziet de wereld als Metropool en periferie, de niet-blanke wereld bevolkt door inferieure wezens die bedoeld zijn om te worden uitgebuit door middel van dwang of militair geweld, hun hulpbronnen gebruikt om het Westen te verheerlijken terwijl de wereld tot slaaf wordt gemaakt, dit alles volgens Gods plan. Om de waarheid hiervan in te zien, hoeven wij slechts hun daden te onderzoeken, waarvan de geschiedenis ruimschoots getuigenis aflegt.

De westerse media zijn berucht om hun onophoudelijke en schrille China-bashing, maar het lijkt erop dat vrijwel iedereen buiten China uit hetzelfde script voorleest. We moeten honderden publicaties en websites hebben met de namen China Labor Bulletin, China Economic Review, China Auto News, China anything and everything . . . die in geen enkel opzicht Chinees zijn, maar mediabronnen die zijn opgezet door westerlingen die hoofdzakelijk, maar niet uitsluitend zionisten zijn en die, meestal opzettelijk, de feiten en grondbeginselen van China verkeerd interpreteren en weergeven. We hebben door het Westen geproduceerde statistieken over alles wat met China te maken heeft, van GINI-coëfficiënten tot bankschulden, van BBP tot nationaal inkomen en levensstandaard, van onderwijs tot gezondheidszorg tot levensverwachting en kindersterfte, die allemaal, zelfs als ze gebaseerd zijn op cijfers die in eerste instantie afkomstig zijn van officiële Chinese regeringsbronnen, vervolgens worden gemasseerd en verkeerd worden voorgesteld om het tegendeel van de werkelijkheid te bewijzen. We hebben honderden, misschien zelfs duizenden boeken over China, meestal geschreven door dezelfde mensen die het land door diezelfde ideologische bril bekijken en dus meestal werken van historische fictie zijn, waarvan vele verwerpelijk.

De ingebakken notie van superioriteit, blanke suprematie in feite, is een groot obstakel voor begrip, zelfs voor de goedwillenden. Wanneer Chinezen naar een vreemd land reizen en getuige zijn van een vreemde cultuur, denken zij: “Ik ben anders”. Wanneer Amerikanen (en Canadezen, Britten, Aussies) met een vreemde cultuur in aanraking komen, denken zij “ik ben beter”. Het is ook waar dat vooral de Amerikanen, maar de gehele blanke en Engels sprekende wereld in het algemeen, geen respect hebben voor, en geen waarde zien in enige andere cultuur, omdat zij heimelijk geloven dat de hele wereld zoals zij wil zijn en dat aanspraken op culturele bescherming slechts een excuus zijn om het onvermijdelijke te vermijden, namelijk Amerikaanse klonen te worden. Het is in deze gecombineerde en ingewikkelde context dat oprechte individuele westerlingen trachten China te begrijpen, een buitengewoon moeilijke taak onder de gegeven omstandigheden.

De Chinezen worden niet gehinderd door de verschrikkingen van het christendom of de partijpolitiek, en zij bekijken gebeurtenissen van buitenaf meestal niet door een vertekenende lens. Westerlingen zijn er dol op de Chinezen af te schilderen als gehersenspoeld, maar in mijn lange ervaring zijn de Chinezen het minst gehersenspoeld van alle volkeren, terwijl de Amerikanen in dit opzicht de grote voorbeeldfiguren zijn.

Als gevolg van al het bovenstaande kunnen westerlingen, wanneer zij naar enig aspect van China kijken, het wel duidelijk zien, maar meestal niet begrijpen wat zij zien. Omdat zij de wereld door hun ideologische bril bekijken, interpreteren zij hun misverstand in termen van wat die gebeurtenis zou betekenen indien zij zich in hun land en in hun cultuur zou voordoen. En op grond van deze verkeerde interpretatie van een misverstand vellen zij dan oordelen en trekken zij conclusies die onveranderlijk verkeerd en vaak dwaas zijn.

Zo zei een vooraanstaand Amerikaans politica onlangs in een interview dat de Chinezen zich moeten ontdoen van wat zij noemde hun “verlegenheid en gebrek aan zelfvertrouwen”.

Het ging haar begrip te boven om te beseffen dat wat zij zag noch verlegenheid noch een gebrek aan zelfvertrouwen was, maar bescheidenheid, een van de mooiste kenmerken van het Chinese volk. Noah Webster schreef “bescheidenheid vloeit voort uit zuiverheid van geest”, en verder dat “ongekunstelde bescheiden heid de zoetste charme is van vrouwelijke voortreffelijkheid, het rijkste juweel in het diadeem van hun eer.” Westerlingen zijn vaak geneigd het eens te zijn met de beoordeling van bovengenoemde politicus, omdat Chinezen zelden zullen reageren of reageren op deze openlijke provocaties, maar het gebrek aan reactie is meestal gewoon omdat de Chinezen te bescheiden en te beleefd zijn om je te vertellen wat zij werkelijk van je denken. Ik kan getuigen dat het de Chinezen in vergelijking met alle andere beschavingen niet aan zelfvertrouwen ontbreekt en dat zij ook weinig respect hebben voor de Amerikaanse versie van “in your face”, die zij niet zien als zelfvertrouwen maar als arrogantie, onbeschoftheid en gebrek aan respect. En ja, ik weet beter dan u dat sommige Chinezen zich zeer slecht kunnen gedragen, zoals veel toeristen, maar dat zijn in geen geval typische Chinezen, maar een soort afwijkende subgroep die ik nog niet duidelijk heb kunnen definiëren.

Een ander voorbeeld: ik liep op straat met een Amerikaanse kennis die een opmerking maakte over de wildgroei van “rolstoel-hellingen” die op vrijwel elk kruispunt in elke stad, klein of groot, te vinden zijn. Vervolgens gaf hij mij een uiteenzetting over China, het Chinese volk en de Chinese cultuur, gebaseerd op de klaar-blijkelijke alomtegenwoordig- heid van deze passages. Ik moest mijn opvoeding onderbreken om hem te vertellen dat het geen rolstoelhellingen waren, maar dat ze bedoeld waren voor fietsen.

Meer dan een paar westerse journalisten hebben ons verteld dat het percentage veroordelingen van aangeklaagde misdadigers in China 99,9% bedraagt, een getal dat uit de lucht is gegrepen omdat China deze statistieken niet voor alle gerechtelijke niveaus van alle steden en districten bij elkaar brengt en publiceert. Het vergelijkbare veroordelingspercentage in het Westen, althans voor Canada en de VS, is echter ongeveer 60% of iets minder, waarbij dit verschil wordt toegeschreven aan het hoogste niveau van democratische maagdelijkheid in het Westen en een buiten-gewoon hoog niveau van corruptie bij politie en justitie in China. Maar is dat noodzakelijkerwijs waar?

Belangrijker nog, wat betekent het percentage van 60% veroordelingen in het Westen? Het betekent dat bijna de helft van alle mensen die van een misdaad worden beschuldigd, in feite onschuldig was en dat er het trauma en de kosten van een rechtszaak voor nodig waren om een onschuldige man uit de gevangenis te houden. Of, als we koppig willen zijn, kunnen we dit van de andere kant bekijken en beweren dat 100% van de aangeklaagden in feite schuldig waren, maar dat een slimme en dure advocaat hen vrijuit heeft laten gaan. Is dat beter?

Het is waar dat China een hoog percentage veroordelingen kent, maar dat komt omdat de Chinese politie misschien wel de grondigste en nauwgezetste onderzoeken van alle landen uitvoert. De politie zal geen aanklacht indienen voordat zij 100% zeker is van iemands schuld en ook dat zij niet alleen voldoende bewijs heeft voor een veroordeling, maar ook het grootste aantal indirecte bewijzen, zodat een rechter de meest geschikte straf kan bepalen. Het is het westerse systeem dat corrupt is en ernstige gebreken vertoont, niet dat van China, en China heeft geen FBI om frauduleuze aanklachten in te dienen als methode om politieke dissidenten te intimideren.

Ik stond eens op het Maglev-platform van de luchthaven Pudong in Sjanghai en keek toe hoe een man en zijn vrouw een verhitte discussie voerden met een politieagent, die verschillende minuten duurde. Ik was niet dichtbij genoeg om het onderwerp van hun discussie te weten te komen, maar de ruzie eindigde ermee dat de vrouw van de man de politieman tegen zijn schenen schopte. Ik kan me meer dan een paar westerse steden voorstellen waar dat geen goed idee zou zijn geweest.

De waarheid is dat de mensen in China niet bang zijn voor de politie. In Canada of de VS zal niemand een politieauto passeren die op de snelweg tegen de maximumsnelheid rijdt, maar in China gebeurt het voortdurend. Ik maakte daar een opmerking over aan een vriend die zei: “Waarom zou ik bang voor hem zijn? Hij is mijn dienaar, niet mijn meester.” In China kan ik met een politieagent redetwisten en zijn conclusies aanvechten zonder bang te hoeven zijn voor arrestatie wegens “wanordelijk gedrag”, maar in het echte leven gaat het veel verder dan dat.

Ik stak eens een sigaret op in een winkelcentrum (Ja, ik weet het. Vertel het me niet), en een politieagent kwam naar me toe om te zeggen dat ik in het winkelcentrum niet mocht roken. Natuurlijk wist ik dat al; ik was in gedachten verzonken en dacht niet na. Ik zei hem dat, en ik verontschuldigde me en zei hem dat ik zou vertrekken. Hij liep met me mee tot aan de deur, zijn collega kwam erbij en zei iets grappigs en we lachten, en ik ging naar buiten. Ik zag hen toen ik terugkwam, ik zwaaide en zij zwaaiden terug, en we waren vrienden. De belangrijke overweging is dat hij mij niet wilde straffen; hij wilde geen oorlog beginnen; hij wilde gewoon niet dat ik in zijn winkelcentrum rookte. Zolang ik bereid was, was een waarschuwing voldoende.

Als ik per ongeluk met mijn auto op een plek rijd waar dat niet mag, is het resultaat hetzelfde. In Chinese steden zien we soms een auto op een stoep geparkeerd staan, meestal omdat de eigenaar dringend even moet stoppen in een stedelijk gebied waar parkeren bijna onbestaande is en het verkeer druk. Maar zolang de straat vrij is en het trottoir voldoende ruimte biedt voor voetgangers om te passeren, zal de politie de auto korte tijd negeren; auto’s worden gewoonlijk alleen weggesleept als zij daadwerkelijk het verkeer blokkeren en bedrijvigheid veroorzaken; nooit als middel om inkomsten te innen zoals in het Westen zo gebruikelijk is.

Dit terzijde, maar het enige land ter wereld dat vergelijkbaar is met China (voor zover ik weet) is Italië. In Rome vroeg ik eens aan een politieagent (dit is een waar gebeurd verhaal) of ik mijn auto een paar minuten op een oprit mocht laten staan terwijl ik naar de overkant liep voor een snelle kop koffie. Hij stemde toe, maar vroeg me mijn sleutels in de auto te laten voor het geval hij hem zou moeten verplaatsen. De oprit was de noodingang van een ziekenhuis.

In de VS, in Canada en in veel Europese landen krijg je permanente spijt als je langer blijft dan een visum, zelfs al is het maar één dag. Normaal gezien zit je in een gevangeniscel tot je je boete hebt betaald en een betaald ticket hebt om het land te verlaten, waarna de politie je naar het vliegveld brengt om je op het vliegtuig te zetten, en het je een hele tijd verboden zal zijn om terug te keren. Ik heb ooit mijn visum in China met ongeveer drie weken overschreden, hoewel ik me verdedigde met te zeggen dat het te wijten was aan een misverstand dat niet mijn schuld was, een excuus dat me in Canada of de VS geen sympathie zou opleveren. Maar toen ik door de douane- en immigratiegang van China liep, keek de beambte me streng aan en zei: “Weet je, dat moet je niet doen”. Pas toen begreep ik wat er gebeurd was, en toen hij begreep dat ik onopzettelijk een overtreding beging en dat ik er oprecht spijt van had, liet hij me ongestoord aan boord van mijn vliegtuig gaan. Nogmaals, hij wilde mij niet straffen, hij wilde geen oorlog beginnen, hij wilde alleen dat ik mij aan de wetten hield.

Op een keer, om redenen die ik me niet kan herinneren, heb ik al mijn rekeningen van nutsbedrijven netjes bij elkaar in een bureaulade gelegd en ben ze vergeten. Een maand of twee later vond ik kleine witte briefjes aan de buitenkant van mijn voordeur geplakt, die een verzoek tot betaling waren. Het managementkantoor vroeg me de rekeningen en het geld bij hen achter te laten, en zij belden de nutsbedrijven die een koerier stuurden om de betalingen op te halen. Geen boete, geen rente, geen verwijten, geen ontzegging van service. De nutsbedrijven wilden me niet straffen; ze wilden geen oorlog beginnen; ze wilden alleen dat ik mijn rekeningen betaalde. Ik kwam eens thuis na het eten om te ontdekken dat mijn huis geen elektriciteit had. Het was slechts een stroomonderbreker die snel gereset was, maar op dat moment vroeg ik me hardop af aan een vriendin of de elektriciteit misschien was afgesloten omdat ik vergeten was mijn rekening te betalen, en zij zei “Ik heb nog nooit van zoiets gehoord”.

Westerlingen zijn gefascineerd door het Chinese culturele concept Guanxi, dat volgens Wikipedia “de fundamentele dynamiek in gepersonaliseerde sociale netwerken van macht definieert, die het best kan worden omschreven als de relaties die individuen cultiveren met andere individuen, en een cruciaal systeem van overtuigingen is in de Chinese cultuur”. Ook dat westerlingen de term gebruiken “in plaats van te verwijzen naar “connecties” en “relaties”, omdat geen van deze termen voldoende de brede culturele implicaties weergeeft die Guanxi beschrijft.” (1) Dit is zowel waar als onwaar, en bewijst dat Wikipedia Guanxi net zo min begrijpt als de columnisten van de New York Times. In het Westen hebben we een gezegde dat luidt: “Het gaat er niet om wat je kent, maar wie je kent”, waarbij het concept van een individu dat voordeel haalt uit vriendschappen en connecties universeel is en niet specifiek voor China.

Maar in China hebben vriendschappen en zogeheten “connecties” een smaak van vertrouwen en verantwoordelijkheid die nergens anders in de wereld bestaat, althans niet voor zover ik weet. Een goede vriendin kocht een nieuw huis voor haar ouders en wilde de volledige prijs contant betalen bij de ondertekening van het contract om te kunnen profiteren van een aantrekkelijke korting.

Ze kwam $200.000 tekort en belde om te vragen of ik haar het geld wilde lenen om de betaling te voltooien. Ik stemde toe zonder er zelfs maar over na te hoeven denken, en maakte het geld dezelfde dag nog over op haar rekening. Als ik me goed herinner, gaf ze me op een gegeven moment een schuldbekentenis, maar ik heb geen idee wat ik daarmee gedaan heb, en de lening werd terugbetaald. Omgekeerd, toen ik mijn laatste huis kocht, wilde ik om dezelfde reden het hele bedrag contant betalen met het koopcontract, maar het grootste deel van mijn geld zat vast in bank GIC’s die pas over enkele maanden zouden vervallen en ik kwam $35.000 tekort. Ik was met een andere vriendin over mijn huis aan het praten en vroeg of zij mij het geld wilde lenen. We liepen onmiddellijk naar de overkant van de straat naar haar bank en ze gaf me het geld, zonder vragen te stellen.

Vlakbij mijn huis is een biologische aardbeienkwekerij, met de zoetste aardbeien die ik ooit heb geproefd (ook de duurste). Soms kocht ik een mandje als cadeau voor de meisjes van het kantoor van de huisbeheerder. Op een dag sloot ik mezelf buiten, omdat ik vergeten was de sleutels op kantoor achter te laten. Maar een jong meisje op kantoor deed veel moeite om een slotenmaker te vinden, die 40 km verderop uit een andere stad moest komen om mijn deur open te maken. Toen ik ontdekte dat ik geen geld had om hem te betalen, onderhandelde het meisje, misschien pas 20 jaar oud, over de prijs van de man verminderd met 40% en betaalde hem van haar eigen rekening.

Te zeggen dat dergelijke dingen in het Westen niet zouden gebeuren, zelfs niet met familie, is een enorm understatement. In China zijn ze normaal, gesteund door een culturele kwaliteit van vertrouwen en verplichting die niet kan worden doorgrond door iemand die in het Westen woont. De Engelse taal, hoe nauwkeurig ook, heeft geen woordenschat om de kwaliteit van deze relaties en de onlosmakelijke verplichting die er inherent aan is, uit te leggen.

Een belangrijke klacht van bedrijfsleiders, vooral Amerikanen, over China is dat de Chinezen zich vaak niet houden aan de voorwaarden van een contract. Vanuit Amerikaans gezichtspunt hebben zij gelijk, maar dat Amerikaanse gezichtspunt is even zwart-wit als hun politieke religie, vandaar de cultuurschok. Voor de Amerikanen is de Chinese ondertekening van een contract slechts een tussenstadium in een permanent onderhandelings-proces, terwijl het met recht deel zou moeten uitmaken van de Tien Geboden, aangezien het in steen geschreven staat. Dit is gemakkelijk te begrijpen, maar het gaat volledig voorbij aan het westerse ideologische intellect.

Ik wil hier een analogie gebruiken, één die China met Japan vergelijkt, maar die evenzeer op het Westen van toepassing is. Japanse eetstokjes lopen spits toe en wanneer Japanners vis eten, kunnen zij met deze eetstokjes gemakkelijk eerst alle graten eruit peuteren en dan de vis opeten. Maar Chinese eetstokjes lopen niet spits toe en zijn meestal stomp aan de uiteinden. De Chinezen eten dus de hele vis op en halen er dan één voor één de graten uit. In het Westen, zien we een huwelijk op deze manier. We weten dat er in de toekomst moeilijke perioden zullen zijn, maar we willen het huwelijk en we gaan verder met de impliciete afspraak dat we ons door die perioden heen zullen werken wanneer ze zich voordoen. De Chinezen passen dezelfde intentie toe op zakelijke transacties. Het is niet verkeerd, het is alleen anders.

Op een dag, toen mijn kinderen nog veel jonger waren, kwam ik thuis en trof een gebroken raam aan. Ik vroeg wat er was gebeurd en wie het had gedaan, en een van mijn zoons bekende. Maar wat denkt u dat mijn reactie zou zijn geweest als mijn zoon had gezegd: “Ik weiger te antwoorden omdat ik mezelf misschien in een kwaad daglicht stel” of erger nog, als hij had gezegd: “Ik denk niet dat u kunt bewijzen dat ik het heb gedaan, dus ik pleit niet schuldig. Doe je best maar.” Ik ben van nature een zachtaardig mens, maar een kind van mij dat zo’n standpunt inneemt, zou een klap op zijn hoofd krijgen die hij niet zou vergeten.

En nu komen we bij het rechtssysteem van China, dat op precies dezelfde manier werkt als wij onze kinderen opvoeden. Als je betrapt wordt op iets verkeerds, beken je, geef je je misdaad toe en, als je een beetje gezond verstand hebt, verontschuldig je je, betuig je spijt voor wat je gedaan hebt en werp je jezelf over aan de genade van je vader. Het helpt enorm als je spijt en verontschuldigingen oprecht zijn. Maar met de Chinese politie en rechtbanken, als je koppig en arrogant wilt zijn en de politie wilt dwingen tot een langdurig onderzoek en de rechtbanken tot een langdurig proces, zul je geen genade krijgen als je schuldig wordt bevonden, en geen slimme advocaat zal je redden. Dat is precies wat we onze kinderen leren. Als een kind liegt en de schuld probeert te ontlopen, zal de straf onvermijdelijk zwaarder zijn, en zo hoort het ook. In die zin is het Chinese rechtssysteem perfect, terwijl het Westerse systeem domweg gebrekkig is. In Chinese rechtbanken is het advocaten niet toegestaan te liegen of oneerlijke verdachtmakingen te doen of kwetsbare getuigen aan te vallen, zoals zij in het Westen doen.

Hetzelfde geldt voor het proces van “plea-bargaining” dat de Amerikanen wanhopig aan China proberen op te dringen als een superieure methode om misdaad aan te pakken. Maar het is niet superieur; het is in plaats daarvan een enorme fraude die wordt gepleegd.

Het probleem is dat Chinese rechters bijna ongevoelig zijn gebleken voor omkoperij en dat Chinese advocaten niet zijn opgeleid om in een rechtszaal te liegen. Dus wat te doen wanneer Amerikanen in China van misdrijven worden beschuldigd, zoals steeds vaker gebeurt en steeds vaker zal gebeuren? Het voordeel van “plea-bargaining” is dat rechterlijke beslissingen en vonnissen worden onttrokken aan de rechters en de gerechtshoven en dat deze discretie wordt overgedragen aan twee groepen advocaten, op grond van de hoopvolle theorie dat advocaten gemakkelijker kunnen worden omgekocht dan rechters. Nogmaals, in dit opzicht is het Chinese systeem perfect, terwijl het Westerse (Amerikaanse) rechtssysteem zo ernstige gebreken vertoont. We hoeven alleen maar te denken aan de recente gebeurtenissen in de VS, waar Jeffrey Epstein 200 jaar gevangenisstraf ontliep voor zijn internationale handel in minderjarigen, wat alleen maar mogelijk was door beslissingen over schuld en straf bij de rechtbanken weg te halen en deze volledig in handen te leggen van advocaten en geld, en dit alles zonder het voordeel van zonlicht.

Laten we even teruggaan naar de Westerse media. Ik begin met John Bussey van de Wall Street Journal, die in een kort artikel getiteld “China: Bullying to Prosperity’, een Nobelprijs won voor oneerlijke en onethische berichtgeving. Dit was een deel van zijn artikel:

“Toekijken hoe China Wal-Mart Stores deze week intimideert – en kijken hoe Wal-Mart zichzelf vernedert onder het pak slaag – is een gênante herinnering aan een simpel feit: China, ‘s werelds snelst groeiende grote markt, heeft de overhand op het Amerikaanse bedrijfsleven. Zijn reeks protectionistische barrières, zwakke rechtsstaat en sirene-achtige markt maken gebeurtenissen als deze zo goed als onvermijdelijk. In de winkels van het bedrijf in de stad Chongqing werd niet-biologisch varkensvlees geëtiketteerd als “biologisch”. Dit was de fout. Het varkensvlees was verder in orde. Naar aanleiding van deze vergissing, in een tijd waarin inflatie in China een heet hangijzer is, beschuldigden ambtenaren Wal-Mart ervan het publiek te bedriegen door hoge prijzen te vragen voor normaal vlees. Zij legden het bedrijf een boete op, sloten alle 13 Wal-Mart-winkels in de stad en zetten een aantal Wal-Mart-werknemers gevangen. De acties hebben veel aandacht gekregen in de nationale media. In het autoritaire China is er weinig of geen verhaal mogelijk wanneer een Amerikaans bedrijf zoiets overkomt. Er zijn geen gewone rechtbanken. Net als veel andere Amerikaanse bedrijven die in China tegen nationalistische sentimenten zijn aangelopen, kon Wal-Mart alleen maar om vergiffenis smeken. Het heeft bijna 350 winkels in China met een omzet van $7.5 miljard. Dus ging Wal-Mart op zijn knieën.” Hij eindigde met een verbazingwekkende bewering waarin hij handig een (niet-bestaand) “Amerikaans kaderlid in Peking dat deze zaken volgt” citeerde, die zogenaamd zei dat Wal-Mart veel meer had gedaan dan Chinese bedrijven “om de veiligheid van de voedselvoor-ziening [van het land] veilig te stellen.” (2)

We zouden allemaal medelijden moeten hebben met het arme baby-Wal-Mart, met slechts $7,5 miljard aan inkomsten in China en gedwongen om “op de knieën te gaan” omdat “er geen reguliere rechtbanken zijn” en het “autoritaire” China “een zwakke rechtsstaat” heeft. Slecht China, geen twijfel mogelijk.

Maar dat is niet precies hoe het was. China had al jaren problemen met Wal-Mart die herhaaldelijk alle wetten overtrad. Diezelfde winkels verkochten jarenlang gewoon varkensvlees met het etiket “biologisch” en werden telkens betrapt en beboet voor een onbeduidend bedrag, alleen al 8 keer in de afgelopen 7 maanden. Het was zo erg dat toen de inspecteurs de winkel verlieten met de in beslag genomen illegale producten, het personeel van Wal-Mart al bezig was om nog meer gewoon varkensvlees als biologisch te etiketteren. Het was gewoon een spel waarbij de detailhandelsprijs verschillende malen hoger lag en de winsten zo enorm waren dat de overlast van inspecteurs triviaal was. Wat het spel veranderde, was dat de inspecteurs deze laatste keer bij het verlaten van de winkel een verkeerde afslag namen en in een koelruimte terechtkwamen met 75.000 kilo gewoon varkensvlees dat als biologisch was geëtiketteerd. En zo was Wal-Mart “de veiligheid van China’s voedselvoorziening aan het veiligstellen”.

Maar volgens Bussey van de WSJ maakte een lage bediende een onschuldige “fout” en etiketteerde hij een paar pakjes vlees verkeerd, maar de gemene, autoritaire Chinese regering, die geen rechtbanken en geen rechtsstaat kent, dwong het bedrijf “op de knieën te gaan”.

Ik kan tientallen zwaar gedocumenteerde gevallen noemen waarin buitenlandse bedrijven, meestal Amerikaanse, in China de meest flagrante misdaden hebben begaan, maar toch herhaaldelijk werden gewaarschuwd in plaats van streng te worden gestraft zoals in elk westers land het geval zou zijn geweest. In één geval werd Coca-Cola gedwongen ongeveer 100.000 dozen gebottelde drank te vernietigen wegens een afschuwelijk hoog chloorgehalte dat, zo werd ontdekt, in de drankjes was gegoten om een even hoog gehalte aan fecale bacteriën te doden. In het Westen zou de bedrijfsvergunning van het bedrijf zijn ingetrokken, vooral gezien de leugens die het bedrijf vertelde, waarbij het zelfs op de nationale televisie ging beweren dat hun product “volkomen veilig” was, terwijl dat duidelijk niet het geval was. Het is ook vermeldenswaard dat van de tien grootste consumentenfraudes die de laatste jaren in China zijn gepleegd, acht door Amerikaanse bedrijven zijn gepleegd, zoals P&G, OSI, Nike, GSK en KFC. (3) (4)

In een soortgelijk geval berichtten de westerse media ad nauseum dat “een Chinese mensenrechtenadvocaat” door “de Communistische Partij” gevangen was gezet, zogenaamd omdat hij een Chinese mensenrechtenadvocaat was. Nogmaals, slecht China. Maar nogmaals, dat is niet precies hoe het was.

Het was waar dat deze advocaat een of twee keer was opgetreden voor iemand die een klacht had over het systeem, waarbij in de westerse zionistische pers het verhaal werd geweven dat hij ten onrechte in de gevangenis was gegooid omdat hij het had gewaagd te helpen bij het aanvechten van de “autoritaire, totalitaire en wrede” “Chinese dictatuur” en, erger nog, omdat hij het had gewaagd de wankele positie van De Communistische Partij van China aan te vechten, die iedereen zou uitroeien omwille van het behoud van hun “zwakke greep op de macht”. In slechts één van de bijna 100 artikelen die ik in de westerse pers over deze zaak heb gelezen, werd zelfs maar gesuggereerd dat er sprake was van verzachtende omstandigheden. In slechts één artikel werd in de allerlaatste zin vaag en terloops melding gemaakt van “een belastingprobleem”.

Dat “belastingprobleem” was iets meer dan niets. In China zijn er verschillende classificaties van aankoopbonnen, waarvan er slechts één bruikbaar is voor belastingaftrek van bedrijfskosten. In veel Westerse landen is zelfs een kassabonnetje bruikbaar, maar in China moeten we een officieel bonnetje hebben met een overheidsstempel. Aangezien deze ontvangstbewijzen gelijk staan met een belastingkrediet van 25%, zijn ze waardevol en worden ze soms verhandeld. Als ik officiële belastingkwitanties heb die mijn bedrijf niet kan gebruiken, kan ik ze aan u verkopen tegen 10% van de nominale waarde en kunt u 15% besparen op uw vennootschapsbelasting. In dit geval hadden deze “mensen-rechtenadvocaat” en vier van zijn vrienden, allen advocaten, een bedrijf gerund waarbij zij valse belastingbonnetjes drukten en verkochten aan nietsvermoedende bedrijven, in totaal voor meer dan 300 miljoen dollar. Alle vijf werden gearresteerd en in de gevangenis gegooid, maar volgens de zionistische media werd (alleen) deze hoofdadvocaat niet door de rechtbank, maar door “de Communistische Partij” gevangen gezet, en niet voor een massale valsmunterij, maar voor het verdedigen van de armen en hulpelozen die het slachtoffer waren van de gemene communisten. Wanneer westerlingen slechts een dieet van dagelijkse artikelen als deze voorgeschoteld krijgen door hun meest betrouwbare media, hoe is het dan mogelijk dat iemand ook maar iets over China nauwkeurig begrijpt?

China staat bekend om zijn lage misdaadcijfers. Steden als Sjanghai en Beijing, samen met Tokio en Singapore, lopen in bijna alle aspecten van persoonlijke veiligheid voorop in de wereld. Ik heb door bijna elk deel van dit land gereisd, van de grootste steden tot het platteland, bij daglicht en ‘s nachts, alleen en met gezelschap, en in 15 jaar kan ik eerlijk zeggen dat ik me nooit de geringste zorg heb gemaakt over mijn persoonlijke veiligheid, en dat die gedachte zelfs nooit bij me is opgekomen.

In deze context van afwezigheid van criminaliteit heeft China cheques en kaarten aan de kant geschoven ten gunste van een universeel betalingssysteem voor mobiele telefoons, maar het is in sommige opzichten nog steeds een cashmaatschappij, die verrassend genoeg nog steeds biljetten gebruikt voor veel grote transacties. In elke stad in China zien we dagelijks mensen in de rij staan bij een geldautomaat, geduldig wachtend terwijl één persoon enorme bundels biljetten in de machine stopt, 10.000 RMB per keer, de stapel contant geld overschrijdt vaak de 50.000 US dollar. Dit is zo’n alledaagse transactie dat iedereen het volkomen negeert. In de 15 jaar dat ik in China ben, heb ik nog nooit gehoord dat iemand bij een geldautomaat beroofd werd.

Stedelijke overheden in China onteigenen vaak grond in de binnenstad met oude en vervallen woningen voor herontwikkeling, waardoor de westerse media de “brutale, autoritaire verplaatsing” van burgers afkeuren, maar nogmaals, dat is niet precies hoe het echt is. Deze oude woningen zijn geen erfgoederen, maar meestal miserabele en verarmde eenkamerwoningen die een gemeenschappelijke keuken en badkamer delen, waar ramen en deuren wind en regen lekken, en die geen verwarming en airconditioning hebben. De plaatselijke regeringen verplaatsen een hele kleine stadsgemeenschap naar een buitenwijk waar ze mooie nieuwe appartementsgebouwen hebben gebouwd die gratis aan de mensen worden afgestaan. De nieuwe woningen zijn een- of tweeslaapkamer-appartementen, gebouwd volgens een goede standaard, met echte toiletten en badkamers en keukens, veel mooier dan deze ontheemde burgers ooit hadden kunnen hopen. Iedereen die niet wil verhuizen, krijgt een geldbedrag voor zijn oude woning, maar aangezien huisvesting in de stad erg duur is, is het aanvaarden van de nieuwe woning de universele optie. Op soortgelijke wijze heeft de Chinese nationale regering onlangs meer dan 60.000 nieuwe woningen gebouwd in Tibet, die gratis aan de mensen worden gegeven, om hen uit de armoede te halen, hen samen te brengen in echte gemeenschappen, en het milieu te helpen beschermen. De westerse media weigerden unaniem hierover te berichten.

Verder nemen de Chinese nationale en stedelijke regeringen maatregelen om de huizenprijzen te matigen op grond van de dictatoriale communistische premisse dat huizen woningen zijn om in te wonen en geen “activa voor speculatie en woekerhandel”.

In de zeer grote centra zijn huizen vrij duur, veel minder in de buitenwijken en tweede- en derde-rangs steden, maar toch bezit ongeveer 90% van alle Chinezen een eigen huis en ongeveer 80% daarvan is volledig afbetaald. Bankhypotheken zijn ongebruikelijk in China, hoewel zij tot op zekere hoogte toenemen. De Chinezen houden niet van “het gevoel” schulden te hebben en een hoge spaarquote zit in het Chinese DNA, wat leidt tot een aanbetaling van 40% tot 50%, waarbij het saldo wordt geleend van de uitgebreide familie en na verloop van tijd rentevrij wordt terugbetaald. China is bij mijn weten het enige land waar een jong stel gemakkelijk geld voor de aankoop van een huis kan lenen van tantes, ooms, neven, grootouders, en contant kan betalen voor hun eerste huis, en stellen met een laag inkomen kunnen vaak een goedkopere gesubsidieerde woning kopen van de overheid of, verrassend genoeg, van veel staatsbedrijven die goedkope woningen bouwen met hun overwinsten. Socialisme op zijn best.

In dit verband schreef ik in mijn artikel over het socialisme dat er in Xi’An een school is met een van de mooiste campussen ter wereld, hectaren groen gras, een zwembad van Olympische afmetingen, bloementuinen, mooie appartementen en herenhuizen voor de faculteit en de studenten. De school werd gebouwd met de overschotten van een plaatselijk staatstabaksbedrijf dat iets aan de gemeenschap wilde geven. Het bedrijf heeft niet alleen de school gebouwd, maar betaalt ook de jaarlijkse exploitatiekosten.

Wat verder huisvesting (en andere belangrijke aankopen) betreft, houden de Chinezen niet van het gevoel iets te kopen dat gebruikt is, dit geldt voor huizen, auto’s, grote apparaten. Als de Chinezen een tweedehands auto kopen, zal het een eerste auto zijn en maximaal één of twee jaar oud, de rest verdwijnt naar het platteland als tijdelijk maar betaalbaar vervoer. Als een Chinees een tweedehands huis koopt, is zijn eerste daad het volledig slopen van het interieur, het strippen van de hele woning tot op het kale beton, en het opnieuw opbouwen van het hele huis om het “nieuw” te maken, deze renovatie wordt gewoon als vanzelfsprekend beschouwd als onderdeel van de aankoopkosten.

Laten we even terugkomen op de onbetaalde energierekeningen. In het Westen sluiten nutsbedrijven elektriciteit of gas onmiddellijk op de vervaldag af, en rekenen de huiseigenaar vervolgens een aanzienlijke heraansluitingsvergoeding, een financiële boete en extra rente op het verschuldigde bedrag.

Deze harde houding is verrassend genoeg afgeleid van het verwrongen christendom van het Westen, waar je volgens de bankiers een zonde hebt begaan – een overtreding tegen God – door je rekening niet op tijd te betalen en het dus “verdient” om gestraft te worden. Het nutsbedrijf sluit uw elektriciteit niet af omdat het geld nodig heeft, maar omdat het u wil straffen, om u te laten lijden voor uw overtreding tegen de god van het geld. De Chinezen, die niet terminaal besmet zijn met deze heiligschennende versie van religie, kunnen het bestaan van een dergelijke houding niet bevatten. Het Westen, in zijn ijver China te vernietigen, kan op zijn beurt het concept niet doorgronden dat “vrijheid van godsdienst” inherent de mogelijkheid van vrijheid van godsdienst inhoudt. Maar de Chinezen hebben wel degelijk wat wij een godsdienst zouden kunnen noemen (naast het boeddhisme), een die voortkomt uit Confucius en die zachtmoedigheid, vergeving en begrip onderwijst. Confucius onderwees alleen hervorming en opvoeding, nooit bestraffing, tenminste niet in een civiele context. Dit brengt ons tot de verrassende maar onontkoombare conclusie dat de Chinezen veel betere christenen zijn dan de christenen zelf.

Dit is een van de redenen waarom China, met meer inwoners dan de VS en Europa samen, slechts 1/1.000ste van het aantal advocaten heeft. De Chinese manier is om geschillen op te lossen door discussie en onderhandeling, nooit met geweld. Dit is zo waar dat op veel politiebureaus in China de eerste kamer die je ziet als je door de deur loopt een “onderhandelingskamer” of een “kamer voor geschillenbeslechting” is. De politie zal vele vormen van geschillen matigen die mogelijk kunnen worden bijgelegd zonder het indienen van een strafrechtelijke aanklacht of een civiele rechtszaak. De Amerikaanse manier, en in feite de manier van de blanke man, is om de politie te bellen en een advocaat in te huren, hetgeen de reden is waarom Amerikanen elk jaar meer uitgeven aan advocaten dan aan de aankoop van nieuwe auto’s. De Chinese manier is beter.

Dit is waarschijnlijk een geschikte plaats om erop te wijzen dat, afgezien van de normale grensgeschillen tussen buurlanden, alle oorlogen in de wereld zijn begonnen door de christenen en de joden, in het voetspoor van hun God wiens belangrijkste gebod was “Gij zult niet doden”. Voor het geval u het niet weet, China is nog nooit een oorlog begonnen met wie dan ook, en de laatste veldslag van het land was een kleine grensschermutseling ongeveer 50 jaar geleden, een die begonnen was door India en niet door China.

Een aanwijzing voor de inherente socialistische en humanitaire aard van het Chinese volk is hun houding tegenover innovatie en intellectuele eigendom, een belangrijk twistpunt tussen China en het kapitalistische Westen. In het Westen werden octrooien in het verleden verleend voor een periode van slechts drie jaar, genoeg tijd voor een uitvinder om zijn uitvinding te produceren of te verkopen, en dit alleen voor creaties die geacht werden maatschappelijk nuttig te zijn. Er was geen octrooibescherming voor de plastic borsten van Barbie of de belachelijke “rechthoek met afgeronde hoeken” van Apple.

We kunnen het ook zo zien: als u mij een humoristisch verhaal vertelt en ik herhaal het aan een andere persoon, bent u niet beledigd als ik u niet als “de eigenaar” van de grap noem en in feite bent u blij dat mijn waardering voldoende was om de grap door te vertellen. Dit is in wezen het Chinese standpunt over innovatie. Zij zijn niet beledigd dat u een creatie zo goed vindt, dat zij die kopiëren en verbeteren, en in het echte leven leidt deze vlaag van activiteit van het hele volk dat een nieuwe uitvinding omringt tot echte creativiteit en ontwikkeling. De meeste nieuwe uitvindingen zijn in het begin primitief en vereisen veel aanpassingen en wijzigingen om uiteindelijk tot de perfecte vorm te komen. Bij gebrek aan de hinderpalen voor innovatie en concurrentie die door de brutale wetten van het Westen op de intellectuele eigendom worden opgeworpen, bestaat de natuurlijke Chinese manier erin toe te staan dat een nieuwe uitvinding zich onder de nationale bevolking verspreidt, waar potentieel miljoenen mensen zullen bijdragen tot de wijziging en ontwikkeling ervan, wat niet alleen resulteert in een verbazingwekkend snelle evolutie van een nieuw produkt, maar ook in de vrije mogelijkheid ervan ten goede te komen aan de gehele bevolking in plaats van angstvallig beperkt te blijven tot het egoïstische voordeel van één persoon. Dit is de reden waarom de Chinese wetgeving inzake intellectuele eigendom zo veel minder agressief is dan die van het Westen, vooral van de VS. De natuurlijke, aangeboren en diepgewortelde Chinese zorg gaat uit naar het voordeel van de natie, van alle mensen, en ik vrees dat China wordt gecorrumpeerd door de wrede hebzucht die inherent is aan het westerse kapitalisme, zoals blijkt uit de “verscherping” van de wetgeving inzake intellectuele eigendom in het land.

Er is nog een ander punt dat hier moet worden vermeld, namelijk het tempo van de veranderingen in China. Westerse landen hadden het beste deel van 100 jaar nodig om te industrialiseren en van een agrarische samenleving over te schakelen op stedelijke ontwikkeling, terwijl China dit in misschien 30 jaar, één generatie, voor elkaar kreeg. Wanneer jonge mensen in China vandaag trouwen, willen zij een nieuw huis, een nieuwe auto en een buitenlandse vakantie. Toen hun ouders trouwden, wilden zij een fiets, een radio en een naaimachine. Ik heb veel Chinezen van begin dertig gesproken die mij vertelden dat zij zich, toen zij nog maar tien jaar geleden aan de universiteit afstudeerden, niet hadden kunnen voorstellen dat zij pas tien jaar later een nieuw huis zouden bezitten, een auto zouden hebben en op Europese vakanties zouden gaan.

Het is de verdienste van de nationale regering van China en de buitengewone kwaliteit van haar leiders dat deze spanningen in goede banen zijn geleid, terwijl de samenhang in de Chinese samenleving bewaard is gebleven, waarbij de uitzonderingen meestal van ondergeschikt belang waren.

Dit is zo waar dat consequent in alle opiniepeilingen ten minste 85% en vaak 95% van de bevolking groot vertrouwen in hun regering uitspreekt en hun acties steunt. (5)De NYT heeft onlangs een hoofdartikel gepubliceerd dat hen in het schrijven moet hebben doen stikken, maar waarin met tegenzin wordt toegegeven dat de Chinezen hun regeringsstelsel in grote lijnen steunen en dat het voor hen zeer goed lijkt te werken. In een artikel in het tijdschrift The Economist betreurde de schrijver, diep geschokt, het feit dat “een verontrustend hoog percentage van de Chinese bevolking zeer tevreden lijkt te zijn met hun regering”. Enkele jaren geleden probeerden de Amerikanen, die deze statistieken niet geloofden, het Chinese volk tot een “Jasmijnrevolutie” uit te lokken door de Chinese sociale media te overspoelen met een oproep om in Wangfujing in het centrum van Peking samen te komen om te protesteren tegen hun “brutale totalitaire regering”. Helaas voor de Amerikanen hadden de Chinezen daar geen belangstelling voor en kwam niemand opdagen om te protesteren.

De enige deelnemer was de toenmalige Amerikaanse ambassadeur Jon Huntsman, die de (niet-bestaande) resultaten van zijn handwerk kwam bekijken, en door het aanwezige winkelend publiek werd herkend en zo belachelijk gemaakt dat hij zijn staart tussen de benen stak en op de vlucht sloeg.  (6)

Echter, door de snelheid van de sociale veranderingen is het in het China van vandaag  mogelijk overblijfselen van de vorige generatie ongerijmd te zien vermengd met die van de nieuwe tijd. Dit betekent dat uw beeld van China sterk gekleurd kan zijn door uw focus. De nationale regering heeft inderdaad in zeer korte tijd 800 miljoen mensen uit de armoede gehaald, maar we kunnen nog steeds plekken van armoede vinden, eenvoudigweg omdat het niet mogelijk is om alles tegelijk te doen. Zo kunnen we ergens op een treinstation in één oogopslag de strakste en snelste hogesnelheidstreinen van de vijfde generatie van 350 km/uur zien naast een trein van de eerste generatie van 50 km/uur. Wanneer totaal verschillende generaties gelijktijdig naast elkaar bestaan, kunnen we naar elke sector kijken en bewijzen vinden om te bewijzen wat we maar willen. Degenen die China in een kwaad daglicht willen stellen, kiezen gewoon een punt dat het land in een ongunstig daglicht stelt en presenteren dat als de basisconditie van het hele land.

*

Het werk van Mr. Romanoff is vertaald in 32 talen en zijn artikelen zijn geplaatst op meer dan 150 anderstalige nieuws- en politieke websites in meer dan 30 landen, alsmede op meer dan 100 Engelstalige platforms. Larry Romanoff is een gepensioneerd management consultant en zakenman. Hij heeft leidinggevende functies bekleed bij internationale adviesbureaus en was eigenaar van een internationaal import-exportbedrijf. Hij is gastprofessor geweest aan de Fudan Universiteit van Shanghai, waar hij casestudies over internationale zaken heeft gepresenteerd aan EMBA-klassen. De heer Romanoff woont in Shanghai en is momenteel bezig met het schrijven van een serie van tien boeken die in het algemeen betrekking hebben op China en het Westen. Hij is een van de auteurs van Cynthia McKinney’s nieuwe bloemlezing ‘When China Sneezes’. (Chapt. 2 — Dealing with Demons).

Zijn volledige archief is te zien op: https://www.moonofshanghai.com/ en http://www.bluemoonofshanghai.com/

Hij kan worden gecontacteerd op: 2186604556@qq.com

*

Notes

(1) Guanxi – Wikipedia

(2) John Bussey | The Wall Street Journal

(3) China scandal costs OSI Group hundreds of millions

(4) Drug Giant Faced a Reckoning as China Took Aim at Bribery

(5) http://www.unz.com/article/should-we-compete-with-china-can-we/

(6) China’s jasmine revolution: police but no protesters

Copyright © Larry RomanoffMoon of Shanghai, Blue Moon of Shanghai, 2021

Vertaling: Martien