NL — LARRY ROMANOFF — Amerikaanse Economische Statistieken: “Onbetrouwbare Cijfers” — August 08, 2021

Amerikaanse Economische Statistieken: “Onbetrouwbare Cijfers”

Door Larry Romanoff, 10 november 2019

Nederlandse vertaling: Martien

CHINESE   ENGLISH   NEDERLANDS   PORTUGUESE   SPANISH

 

De Amerikaanse regering en de westerse media beschuldigen China er graag van onbetrouwbare cijfers te produceren, maar algemeen wordt erkend dat er geen nationale economische statistieken ter wereld zijn die zo opzettelijk onbetrouwbaar en misleidend zijn als die van de VS. Nog een kenmerk van de Grote Transformatie was de vernieuwings drang van de Amerikaanse regering bij het fabriceren van statistieken die economische desinformatie tot een kunstvorm verhieven.

    • De werkloosheid is meer dan twee keer zo hoog als officieel wordt aangegeven,
    • de inflatie is meer dan drie keer zo hoog, en
    • het BBP minder dan tweederde van de gepubliceerde cijfers.
    • Hetzelfde geldt voor statistieken over lonen, huisvesting, en meer.

Talrijke onderzoekers hebben studies gepubliceerd waaruit blijkt dat de officiële economische statistieken van de VS op bijna alle gebieden sterk vertekend zijn om een positief beeld te schetsen dat sterk afwijkt van de werkelijkheid.

Zoals een commentator opmerkte,

“De banencijfers zijn frauduleus, het werkloosheids

cijfer is bedrieglijk, de inflatiecijfers zijn te laag en het groeicijfer van het BBP is overdreven. Amerikanen leven in een matrix van leugens.”

Omdat de volgzame media het verhaal bepalen, hebben maar weinig Amerikanen enig idee van de werkelijke toestand van hun economie of de persoonlijke gevolgen van deze statistische manipulaties.

GDP

Je hoeft geen econoom te zijn om in te zien hoe moeilijk het is om nationale BBP-cijfers te vergelijken en welke mogelijkheden er zijn voor misleiding bij het samenstellen ervan.

Als bijvoorbeeld onze twee landen en economieën identiek zijn, maar het jouwe een hoger echtscheidingspercentage heeft, zullen de gerechtskosten en andere kosten van het echtscheidingsproces worden toegevoegd aan de economische output van jouw land en zal jouw land een hoger BBP hebben. Dat betekent niet dat jouw volk rijker is, noch dat jouw land een betere plaats is om te leven. Evenzo, als jouw land zo rabiaat rechtszuchtig is als de VS, zullen al die miljarden aan gerechtskosten van rechtszaken aan je BBP worden toegevoegd. Maar nogmaals, dat betekent niet dat jullie mensen rijker zijn. In feite zijn ze, behalve de advocaten, allemaal armer, en het is vrijwel zeker geen betere plek om te wonen.

Onderwijs en gezondheidszorg zijn vergelijkbaar. Als mijn land een door de overheid gesponsord gezondheidszorgstelsel en openbare scholen en universiteiten heeft, zullen deze in mijn BBP-berekeningen worden opgenomen tegen hun lage kosten. Als jouw land, zoals de VS, een gezondheidszorg- en onderwijssysteem heeft dat in particuliere handen is en op winst is gebaseerd, zullen de veel hogere kosten in je BBP-statistieken worden opgenomen als een weerspiegeling van een veel hogere economische output. Maar dat betekent niet dat uw mensen rijker zijn dan de mijne, en in feite zijn ze veel armer omdat ze een hoog percentage van hun inkomen moeten besteden aan gezondheidszorg en onderwijs.

Als jouw land, zoals de VS, elk jaar meer dan 1 triljoen dollar aan zijn leger uitgeeft, zullen deze uitgaven in jouw nationale statistieken worden opgenomen en dit alleen al zou het voor ons bijna onmogelijk maken om op basis van het BBP te concurreren. Maar al die militaire uitgaven maken jouw volk niet rijk; in plaats daarvan verarmen ze, en al dat doden maakt van jouw land geen betere plaats dan het mijne, zelfs niet als je het doet om de wereld veilig te maken voor democratie.

Uit bovenstaande voorbeelden moet blijken dat er vele categorieën transacties zijn die het BBP sterk opdrijven, maar die niet wijzen op rijkdom in een land, en in feite kunnen wijzen op armoede.

Het zou duidelijk moeten zijn dat sommige sectoren van het BBP van een natie dienen om slechts een zeer klein aantal individuen te verrijken, terwijl de overgrote meerderheid van de bevolking armer achterblijft. De gezondheidszorg is een duidelijk voorbeeld, waar de eigenaars van verzekerings- en farmaceutische bedrijven, op winst beluste zieken huizen en klinieken, inderdaad rijker zijn door de ervaring, terwijl vrijwel de gehele bevolking armer is. Het leger is een ander duidelijk voorbeeld, waarbij alleen wapenfabrikanten en bankiers rijker zijn na een oorlog, terwijl de verarmde bevolking wellicht generaties lang voor de kosten opdraait.

Het zou ook duidelijk moeten zijn dat een land als de VS, dat de meeste fysieke en sociale infrastructuur heeft geprivatiseerd, een hoger BBP zal produceren dan een land als China, waar de basisinfrastructuur eigendom is van de overheid.

Het Amerikaanse gevangeniswezen is een goed voorbeeld van een dienst die de belastingbetaler vóór de privatisering 20 miljard dollar kostte en daarna 80 miljard dollar. Daardoor steeg het BBP met 60 miljard dollar, maar slechts een paar mensen werden erdoor verrijkt, terwijl miljoenen verarmden en de samen leving er niet meetbaar beter van werd.

Het BBP van de VS zal worden opgeblazen door alle luchthavens, snelwegen, spoorwegen, elektriciteits centrales, scholen en universiteiten, en nog veel meer, die allemaal zijn verkocht aan investeerders in de particuliere sector. Maar het verhoogde BBP is in feite een nauwkeurige indicator van toenemende armoede onder de bevolking, omdat het precieze bedrag van dat verhoogde BBP uit de zakken van de bevolking moet worden gehaald.

De boekhouding leert ons dat als iemand geld ontvangt, iemand anders dat moet hebben betaald, want geld groeit echt niet aan bomen. In het geval van privatisering moeten alle mensen veel hogere vergoedingen en kosten aan de particuliere bedrijven betalen dan zij voorheen aan de overheid betaalden, en het zijn precies die hogere vergoedingen en kosten die van de bankrekening van elke burger worden afgetrokken die voor de toename van het BBP zorgen.

Het zou ook duidelijk moeten zijn dat als China zijn ziekenhuizen en zijn hogesnelheidsspoorwegsysteem aan particuliere investeerders zou verkopen (zoals de Amerikanen zo graag willen dat China doet), het BBP van China, het armoedecijfer en de inkomens-ongelijkheid allemaal meetbaar zouden stijgen. Toen Kunming zijn beste kinderziekenhuis aan particuliere eigenaars verkocht, waren de aan de patiënten aangerekende tarieven reeds op weg naar een verdubbeling; deze enorm gestegen kosten zullen China’s BBP doen toenemen, maar vele duizenden gezinnen in Kunming zullen nu armer zijn.

De sterk gestegen kosten van de particuliere bedrijven zullen het BBP doen stijgen, terwijl datzelfde bedrag aan de koopkracht van iedere burger wordt onttrokken en in slechts enkele handen wordt geconcentreerd. Dit is rekenkunde van de derde graad. Het kan niet anders.

Evenzo is de economie van de VS zo sterk gefinancialiseerd dat bijna de helft van het BBP louter bestaat uit boekingen waarbij geld van de ene rekening naar de andere wordt overgeschreven, en op geen enkele manier te vergelijken is met de werkelijke productie van industrieproducten of de verlening van werkelijke diensten. Wanneer we de financialiserings-aspecten uit de rekeningen verwijderen, daalt het reële BBP van de VS met bijna 50% en daalt het nationale inkomen per hoofd van de bevolking tot ongeveer 15.000 dollar.

Uit het bovenstaande blijkt dat de omvang van het BBP van een natie grotendeels irrelevant kan zijn voor de rijkdom en de welvaart van die natie, en dat het vergelijken van naties op basis van het BBP met veel moeilijkheden en argumenten gepaard gaat. Vroeger was het BBP een eenvoudige maatstaf voor de in een land geproduceerde goederen en diensten, en in het verleden was het waarschijnlijk een accurate indicator, maar geleidelijk aan werd het een manier om de score bij te houden in een spelletje “die van mij is groter dan die van jou”. Naast de echte problemen die hierboven zijn geschetst, proberen de VS dus ook voortdurend de doelpalen te verzetten om hun score te verhogen door steeds creatievere manieren te vinden om de BBP-cijfers op te krikken.

Een slimme truc van de Amerikaanse regering is de zogenaamde “toegerekende huur”, wat betekent dat als je een huis bezit, de regering het bedrag dat je aan huur had moeten betalen (maar niet hebt betaald) bij het BBP optelt, op grond van de verbijsterende gedachte dat als je dat huis niet bezat, je deze huur ook had moeten betalen. Deze ene post alleen al heeft ongeveer 1,6 biljoen dollar, of 15%, aan het BBP van de VS toegevoegd. Bovendien wordt het BBP (naar beneden) gecorrigeerd voor inflatie, zodat de VS, zoals u zo dadelijk zult zien, het jaarlijkse inflatiecijfer zwaar onderschatten, waardoor het BBP automatisch met nog eens ongeveer 2,3 biljoen dollar, of ongeveer 20%, wordt opgeblazen. Deze twee elementen alleen al betekenen dat het BBP van de VS ten onrechte en kunstmatig wordt opgeblazen met ongeveer 35%.

In het bovenstaande stelsel van toegerekende huur wordt je als huiseigenaar die in jouw huis woont, behandeld als twee mensen, de ene als huurder, die een “toegerekende” (sprookjes) huur betaalt, en de andere als een huisbaas die een klein bedrijf runt dat het huis bezit en verhuurt. Jij als huurder betaalt een fictieve huur die in het fictieve BBP gaat, en jij als verhuurder hebt een fictieve huuropbrengst die in het fictieve Nationale Inkomen van het land per hoofd van de bevolking gaat. Amerikaanse economen beweren dat deze “theorie van de toegerekende huur natuurlijker lijkt als men zich het extreme geval voorstelt van een maatschappij waarin iedereen zijn eigen voedsel verbouwt en zijn eigen huizen bouwt; zonder toerekening zou het BBP nul zijn”. Economen van de Amerikaanse regering hebben andere, langere en verwarrende verklaringen geproduceerd over waarom deze toegerekende huur passend en realistisch is. Als dit waar zou zijn, zouden het BBP en het Nationaal Inkomen van de natie ook moeten worden verhoogd door het feit dat je huis een restaurant is en jij een klant, en ook wanneer je seks hebt met je vrouw in plaats van naar een bordeel te gaan.

Inkomen per hoofd van de bevolking

Het cijfer dat we het vaakst zien voor het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking in de VS is ongeveer 47.000 dollar, een cijfer dat rechtstreeks uit fantasieland komt. Ten eerste wordt de “toegerekende huur” die ik hierboven noemde niet alleen in het BBP opgenomen, maar ook in de cijfers voor het gemiddelde nationale inkomen, wat betekent dat het inkomen van elke huiseigenaar wordt opgeblazen met zijn niet-bestaande “huurinkomen”. Door dit ene fictieve bedrag te schrappen, daalt het reële inkomen per hoofd van de bevolking in de VS tot ongeveer 30 000 dollar, of ongeveer hetzelfde niveau als in Griekenland of Slovenië, een niveau dat sinds 2008 gestaag daalt. Andere fictieve bedragen verlagen het nog verder.

Zoals een intelligente internet schrijver schreef:

“Zoals zo veel over Amerika, zijn de rijkdom van de natie en de hoge jaarlijkse inkomens gewoon weer een mythe, en plotseling begint zo veel van de dissonante informatie die we over de VS krijgen zinnig te worden – de gedocumenteerde verhalen over welig tierende armoede in het hele land, middenklasse huishoudens die op krediet moeten leven om hun verslechterende levensstandaard te handhaven, uitgestelde pensioneringen, faillissementen.”

Precies goed. Een steeds kleinere minderheid van de Amerikaanse bevolking heeft het inderdaad goed, terwijl een steeds grotere meerderheid in armoede en sloppenwijken leeft, failliet gaat, geen baan kan vinden, het zich niet kan veroorloven met pensioen te gaan, voor zijn dagelijks overleven afhankelijk is van overheidsuitkeringen, en het zich niet meer kan veroorloven naar de dokter te gaan. Maar de propagandamachine blijft een vals beeld verkondigen van een blinkend herenhuis op een heuvel.77

Inflatiepercentage

Een auteur merkte op dat:

“Als de inflatie in Amerika vandaag zou worden berekend volgens dezelfde statistische methoden die vóór de jaren tachtig werden gebruikt, zou het werkelijke percentage bijna 10% hoger liggen dan wat de Amerikaanse regering vandaag opgeeft.”

En dat is juist, maar deze ernstige misrekening van de CPI is op meer dan één niveau frauduleus. Ten eerste worden Amerikanen ernstig misleid over de toestand van de economie, waarbij de schuld van de FED en de regering wordt afgewenteld op het volk. Na het ontketenen van de massale economische vernietiging in het begin van de jaren ’80, wilde de FED niet dat het publiek wist hoe erg het was vernield en geplunderd, en dus begon het onmiddellijk met de productie van steeds frauduleuzere economische statistieken met leugens die met het jaar groter zijn geworden.

Deze valse statistieken houden ook een enorme financiële fraude in, de diefstal van ontelbare miljarden dollars van het Amerikaanse volk door hun eigen regering. De reden is dat alle sociale zekerheids uitkeringen, bijstand en voedselhulp, en andere zaken gekoppeld zijn aan het inflatiepercentage en bij wet worden vastgesteld om elk jaar te stijgen om de werkelijke stijgingen van de kosten van levens onderhoud te dekken. Maar aangezien de regering van de VS het inflatiecijfer opzettelijk met ongeveer 10% onderschat, zijn alle sociale uitkeringen onderschat en onderbetaald met dit bedrag, jaarlijks samengesteld, en dus zouden de sociale zekerheid, vele pensioenen en andere uitkeringen ongeveer 70% hoger moeten zijn dan zij nu zijn.

Bij de berekening van de inflatie en de consumenten prijsindex (CPI) zijn de Amerikanen zo innovatief geweest dat zij aparte categorieën hebben moeten creëren om al hun frauduleuze berekeningen in onder te brengen. Hier zijn er een paar:

(1) Uitsluitingen:

Amerikaanse ambtenaren realiseerden zich dat de gemakkelijkste manier om de CPI te verlagen was om dingen weg te laten, dus bedachten zij een maatstaf die zij “kerninflatie” noemden. Dat zou moeten betekenen de centrale of belangrijkste delen van de prijsstijgingen, die voor de consument het belangrijkst zijn, maar nee. In de Amerikaanse definitie worden juist deze kritieke posten, zoals voedsel en brandstof, buiten beschouwing gelaten, waardoor de belangrijkste posten uit de inflatiestatistieken verdwijnen en een totaal verkeerd beeld ontstaat. Het meten van de inflatie zonder voedsel en energie is bijna hetzelfde als het meten van de inflatie nadat je alle inflatie hebt afgetrokken.

2) Substitutie:

De Amerikanen hebben nog een andere manier gevonden om dingen buiten beschouwing te laten en hebben zich een “substitutie-effect” voorgesteld, hetgeen betekent dat wanneer de rundvleesprijzen stijgen, het publiek geen rundvlees meer zal kopen en in plaats daarvan kip zal kopen. Dat gedeelte is waar, maar de slimmigheid zit in hun conclusie dat, aangezien wij geen rundvlees meer kopen, zij het uit de inflatieberekeningen kunnen weglaten. Dus als nu de prijs van iets stijgt, elimineert het Amerikaanse ministerie van Arbeid het gewoon uit de berekeningen en vervangt het met iets goedkopers. Voilà, geen inflatie. Maar natuurlijk is het allemaal een grote leugen. Het Amerikaanse Farm Bureau meet de stijgende prijzen van een identiek goederenmandje en het verschil is groot: Van 2007 tot 2008 rapporteerde het Labor Department een inflatie van slechts 4,1%, terwijl de reële inflatie die het FB rapporteerde 11,3% was.

3) Geometrische weging:

Een andere slimme truc is om de ernst van prijsstijgingen willekeurig te verminderen wanneer sommige prijzen snel stijgen, zoals de olieprijzen vaak doen. De regering heeft geoordeeld dat als de prijs van een artikel “te snel” stijgt, de mensen er minder van zullen gebruiken, dus bij elke snelle prijsstijging vermindert de Amerikaanse regering het gewicht ervan bij de berekening van de CPI. Zo maakt de gezondheidszorg ongeveer 17% van het BBP uit, maar kreeg zij een weging van slechts 6% omdat de reële gezondheidskosten stijgen. Dit alleen al vermindert de Amerikaanse CPI met verscheidene procentpunten. Voor beide bovenstaande punten moet het duidelijk zijn dat de Amerikaanse regering geen reële prijsstijgingen registreert – met andere woorden, geen reële inflatie – maar in plaats daarvan fictief consumentengedrag ten aanzien van sterke prijsstijgingen registreert.

3) Hedonisme:

Deze techniek maakt willekeurige aanpassingen voor veronderstelde kwaliteitsverbeteringen in goederen en diensten. Een voorbeeld : een huishoudtoestel werd geprijsd op $400 maar onderging een kleine verbetering in een volgend modeljaar. De ambtenaren veronderstelden willekeurig dat de verbetering 150 dollar waard was en dat het basistoestel nu slechts 250 dollar kostte, en gebruikten dat cijfer vervolgens bij de berekening van de CPI, waardoor de prijzen van toestellen met 40% daalden terwijl de prijs in feite ongewijzigd bleef. Dit soort correctie wordt nu toegepast op bijna 50% van alle artikelen die in de berekening van de Amerikaanse CPI zijn opgenomen.

Werkloosheid

In juli van 2013 schreef Mortimer Zuckerman een doordacht en geïnformeerd artikel voor de WSJ met de titel “The Full-Time Scandal of Part-Time America” (1) waarin hij, iets te voorzichtig, de werkloosheids statistieken van de Amerikaanse overheid met de grond gelijk maakte door erop te wijzen dat de bijna 300.000 ‘nieuwe banen’ die in juni van dat jaar werden gecreëerd vooral rook waren, in die zin dat voltijdbanen met ruim 500.000 kelderden terwijl deeltijdarbeid met ongeveer 800.000 toenam, een onderscheid dat het Labor Bureau onwaardig vond om te vermelden. Laagbetaalde banen zijn nu goed voor bijna de helft van alle werkgelegenheidsgroei en zelfs dan nog heeft minder dan 60% van de Amerikanen een baan, van welke soort dan ook. In één maand tijd noteerde de Amerikaanse regering een groot aantal nieuwe banen in de detailhandel, maar dat was duidelijk onmogelijk toen grote detail handelaren zoals J.C. Penny, Macy’s, Sears en de dollar store-ketens allemaal in de problemen zaten en winkels sloten, en winkelcentra zo wanhopig op zoek waren naar huurders dat ze per dag of per uur ruimte verhuurden. Zuckerman merkte op dat, nadat de zorgwet van Obama een ziektekostenverzekering verplicht stelde voor iedereen die meer dan 30 uur per week werkte, bedrijven onmiddellijk het aantal uren van de werknemers terugbrachten tot minder dan 30, vaak door een voltijdse baan op te delen in twee deeltijdse banen, om die uitkeringskosten te vermijden.

Dave Kranzler schreef: “Het werkgelegenheids-rapport van de VS is waarschijnlijk het meest bedrieglijke frauduleuze rapport dat door de regering is geproduceerd”. (2) De Amerikaanse regering heeft zich sinds 2008 elke maand in bochten gewrongen, in een poging de bevolking te misleiden over een niet-bestaand “herstel”, waarvan zij ten onrechte beweert dat het in 2009 heeft plaats gevonden. Ondanks alle hype is de waarheid dat de Amerikaanse economie nog steeds op de bodem zit, ongeveer waar zij in 2008 was, zonder enig herstel en zonder dat er netto nieuwe banen zijn gecreëerd. De publiciteit over het scheppen van “banen in de dienstensector” en “banen in de gezondheidszorg” verhult laagbetaalde banen voor winkelbedienden en thuiszorg voor ouderen, en de werkloosheids statistieken hebben te lijden gehad onder hetzelfde soort creativiteit als de CPI – als een categorie lastig of gênant blijkt te zijn, laat de overheid die gewoon weg uit de berekeningen.

De Amerikaanse regering deinst er niet voor terug om cijfers en categorieën te bewerken en te herschikken om zo – hoe onnauwkeurig en oneerlijk ook – resultaten te verkrijgen die de VS aan de leiding brengen. In november van 2014 meldde Glenn Kessler in de Washington Post Obama’s bewering ten overstaan van leiders van het Congres dat “Als ik naar Azië reis voor de G-20-top, zal ik kunnen zeggen dat we hier in de Verenigde Staten in feite meer banen hebben gecreëerd dan alle andere geavanceerde landen samen”, een bewering die uiteraard onjuist was. (3) Zijn definitie van geavanceerde landen liet alle landen weg die daadwerkelijk groeiden in plaats van krompen, naties zoals China, Rusland, Brazilië, India, Indonesië en Mexico. Misschien was zijn meest oneerlijke standpunt wel dat hij verzweeg dat de voltijdse banen voor hoogopgeleiden uit de beroeps- en middenklasse in een alarmerend tempo zijn verdwenen, en dat er alleen nog maar onaantrekkelijke deeltijdbanen voor kantoorpersoneel met een minimumloon zijn bijgekomen, waarvan gezinnen niet kunnen rond komen zonder bijstand en voedselbonnen. Kessler merkte op dat zijn bewering dat de VS 6 miljoen “nieuwe” banen heeft gecreëerd, niet te rijmen valt met het feit dat China alleen al sinds 2010 meer dan 50 miljoen nieuwe banen heeft gecreëerd. Hij eindigde zijn artikel met de opmerking dat “men zich moet verbazen over de slimme economen in het Witte Huis die erin geslaagd zijn de cijfers in stukjes en beetjes te snijden om tot (deze ‘feiten’) te komen.”Jim Clifton, the CEO of Gallup, in an interview on CNBC, called the US government’s unemployment figures “a big lie”, explaining that

“Als je in een week minimaal één uur werk verricht en minstens 20 dollar betaald krijgt… word je officieel niet als werkloze geteld. Als je een diploma scheikunde of wiskunde hebt en 10 uur parttime werkt omdat dat het enige is wat je kunt vinden … telt de overheid je niet mee.”

Om de hachelijke toestand van de Amerikaanse economie en arbeidssituatie nog eens te benadrukken: slechts 60% van de inzetbare werknemers in de VS heeft een baan. Volgens de statistieken van de regering zelf heeft maar liefst 40% van alle burgers in de arbeidsgeschikte leeftijd geen werk, maar de ambtenaren beweren nog steeds dat het werkloosheidscijfer slechts 6% bedraagt. Om de arbeidscatastrofe nog groter te maken, is gemeld dat het snelst groeiende segment van de Amerikaanse beroepsbevolking bestaat uit 65- tot 75-jarigen, mensen die eigenlijk met pensioen zouden moeten zijn, maar die niet kunnen leven van hun schamele pensioenen en onbetaalbare gezondheidszorg en die hun pensioenjaren moeten opofferen en weer aan het werk moeten gaan om te overleven.

Ik veronderstel dat dit commentaar niet volledig zou zijn zonder te verwijzen naar de cijfers van China, althans vanuit Amerikaans standpunt. Voor elk land, maar vooral voor China, zijn economische statistieken aanvaardbaar als de Amerikanen de cijfers goed vinden, anders zijn zij “onbetrouwbaar”, de beschuldiging die in de plaats komt van het bewijs.

Terwijl Vietnam, Laos en Cambodja beweren dat er tijdens de oorlog in Vietnam meer dan 5 miljoen doden zijn gevallen, staan de Amerikanen slechts één miljoen toe omdat “Vietnamese statistieken notoir onbetrouwbaar zijn”. Hetzelfde probleem doet zich voor met de economische statistieken van China: de Amerikanen vinden de cijfers maar niets en doen daarom de Chinese statistici af als “ongeschoold” en hun statistieken als “onbetrouwbaar”, waarbij de beschuldigingen weer als bewijs dienen. Laten we hier opmerken dat de Amerikaanse FED (en andere bekende economen) hun eigen analyse van de economische statistieken van China hebben uitgevoerd en hebben bevestigd dat de werkelijke groei van het land in overeenstemming was met de officiële cijfers.

China’s statistici produceren hun cijfers voor de Chinezen, niet voor de Amerikanen, dus nemen ze niet de moeite hun methodologie uit te leggen en laten zo de Amerikanen in het duister tasten, hunkerend naar vele sappige details van China’s economie die niet gemakkelijk uit de bruto statistische cijfers kunnen worden afgeleid. En als de Amerikanen bellen, antwoordt niemand op hun vragen, dus beschuldigen ze de Chinezen ervan “onbetrouwbaar” te zijn, met de cijfers te knoeien, te overdrijven, of misschien “twee boeken” te hebben, zodat de regering kan weten “wat er werkelijk aan de hand is” met de economie. Volgens Mark Magnier van de Wall Street Journal (waar anders?) deed een nieuwe reeks goede cijfers “nieuwe twijfels rijzen over de betrouwbaarheid van China’s eigen statistieken”, waarbij Citibank behulpzaam was met “Growth Likely Overstated” (Groei waarschijnlijk overdreven), en sommige onbevooroordeelde westerse “onderzoekers” beweerden dat de cijfers met bijna 100% waren opgeblazen. Nogmaals, beschuldigingen staan gelijk aan bewijs.

Maar het werkelijke doel van deze aanvallen werd belicht door een hoogleraar economie aan de Hong Kong University of Science and Technology, Carsten Holz, een man die zelfs een artikel heeft geschreven over “de kwaliteit” van China’s BBP-statistieken, die zei dat de Chinese statistieken lijden aan “een afschuwelijk gebrek aan transparantie”. Die uitspraak zou losjes vertaald kunnen worden als “Wij willen meer weten, maar zij willen het ons niet vertellen omdat (1) zij geloven dat het ons verdomme niets aangaat en (2) zij denken dat wij manieren zullen vinden om hun cijfers tegen hen te gebruiken”. Correct op beide punten.

*

De geschriften van de Mr. Romanoff zijn vertaald in 32 talen en zijn artikelen zijn gepubliceerd op meerdan 150 nieuws- en politieke websites in meerdan 30 landen, alsmede op meer dan 100 Engelstalige platforms. Larry Romanoff is management consultant en gepensioneerd ondernemer.

Hij heeft leiding gevende functies bekleed in internationale adviesbureausen was eigenaar van een internationaal import/export bedrijf. Hij was gast professor aan de Fudan Universiteit in Shanghai, waar hij casestudies over internationale zaken presenteerde aan EMBA-klassen. De heer Romanoff woont in Shanghai en schrijft momenteel een serie van tien boeken die in het algemeen betrekking hebben op China en het Westen. Hij is auteur van Cynthia McKinney’s nieuwe bloemlezing When China Sneezes (Ch. 2 – Dealing with Demons).

Zijn volledige archief is te zien op:

https://www.moonofshanghai.com/ and http://www.bluemoonofshanghai.com/

Hij kan worden gecontacteerd op: 2186604556@qq.com

 

Copyright © Larry RomanoffMoon of ShanghaiBlue Moon of Shanghai, 2021